Op deze website van het Servicepunt examinering mbo vindt u informatie over de beroepsgerichte examinering in het mbo.

Servicepunt examinering mbo
examineringmbo@mbodiensten.nl
0348-75 36 30
06-4673 5418 
(op werkdagen tussen 9.00 en 16.00 uur)
Houttuinlaan 6
3447GM Woerden

Begrippenkader examinering

Een eenduidig begrippenkader helpt om tot standaardisering in de examenprocessen te komen. Het maakt de communicatie, zowel binnen een mbo-school, tussen mbo-scholen als met examenleveranciers eenvoudiger. Daarom heeft het Servicepunt examinering mbo een begrippenkader ontwikkeld. De inhoud is tot stand gekomen in samenwerking met de scholen en ter validatie voorgelegd aan het ministerie van OCW en de Inspectie van het Onderwijs. Omdat het begrippenkader een ‘levend document’ is, actualiseren we het jaarlijks op basis van de ontwikkelingen in het onderwijs.

Versie juli 2016 – In verband met de start van de herziene kwalificatiestructuur per 1 augustus 2016 zijn er een aantal kleine wijzigingen doorgevoerd in de begrippenkaarten d exameneisen-diplomaeisen, diploma-certificaat- instellingsverklaring en herziening kwalificatiestructuur.

Begrippenkaarten
Een aantal begrippen binnen examinering hoort bij elkaar. Deze zijn vastgelegd op begrippenkaarten.

Begrippenkader examinering mbo
Hieronder vindt u het begrippenkader examinering mbo op alfabetische volgorde.
Download volledige begrippenkader (download pdf)

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

A
Aanvullende eisen
Verbijzondering van een element in het basisdeel van het kwalificatiedossier om het niveau en/of de context te differentiëren voor de kwalificatie. Aanvullende eisen kunnen van toepassing zijn op: verantwoordelijkheid en zelfstandigheid, complexiteit, vakkennis, vaardigheden en werkprocessen (omschrijving, resultaat en gedrag).

Afnameconditie

Beschreven omstandigheden waaronder een exameneenheid wordt afgenomen. Wordt ook examenconditie genoemd.

Afnameprotocol
Beschreven procedures waaronder een exameneenheid wordt afgenomen. Wordt soms ook examenprotocol genoemd.

Antwoordmodel
Een opsomming van goede, minder goede en foute antwoorden per vraag, voorzien van een beoordelingsvoorschrift. Dit voorschrift bevat zowel de maximaal haalbare score en de scorepunten per vraag, als de algemene richtlijnen voor het beoordelen van de antwoorden van examenkandidaten.

Assessor
Zie beoordelaar.

Authenticiteit
(1) Mate waarin kan worden vastgesteld of de prestatie bij een exameneenheid daadwerkelijk van de examenkandidaat afkomstig is.
(2) De werkomstandigheden en sociale context tijdens de beoordeling van het examen komen zoveel
mogelijk overeen met die in de toekomstige beroepspraktijk.

^ Naar boven

B
Basisdeel
Deel van het kwalificatiedossier waarin het gemeenschappelijke van de kwalificaties in het kwalificatiedossier beschreven staat. De basis bestaat uit een generiek en beroepsspecifiek onderdeel. In het basisdeel kunnen ook aanvullende eisen per kwalificatie zijn opgenomen. Zie : aanvullende eisen.

Beleidskaders examinering
Afspraken binnen de mbo-school die de basis vormen voor de examineringscyclus, zoals vastgelegd in het handboek examinering en de examenvisie.

Beoordelaar
Persoon die gerechtigd is de prestaties bij een examen te voorzien van een score en de resultaten vast te leggen gebruikmakend van het vastgestelde beoordelingsprotocol. Wordt soms ook assessor of examinator genoemd.

Beoordelen
Waarderen van een geleverde prestatie van een (examen)kandidaat aan de hand van een beoordelingsprotocol.

Beoordelingscriterium
Maatstaf aan de hand waarvan de beoordeling plaatsvindt.

Beoordelingsprotocol
Beschreven procedures op grond waarvan de examenfunctionaris een examen met een score waardeert. Wordt soms ook beoordelingsvoorschrift genoemd.

Beoordelingsvoorschrift
Zie beoordelingsprotocol

Beroepsgerichte kwalificatiestructuur
Diplomastructuur in het mbo die gericht is op het verwerven van kennis, vaardigheden en gedrag, benodigd voor de uitoefening van het beroep, het functioneren in de maatschappij en de doorstroom naar een hoger onderwijsniveau (in mbo of hbo).

Beroepspraktijkvorming (bpv)
Het verplichte deel van de beroepsopleiding dat in een erkend leerbedrijf plaatsvindt. Een met goed gevolg afgesloten bpv is een wettelijke vereiste voor diplomering.
WEB: beroepspraktijkvorming: het onderricht in de praktijk van het beroep, bedoeld in artikel 7.2.8, eerste lid.

Beroepsprocedure
Wettelijk geregelde werkwijze die de examenkandidaat moet volgen wanneer hij formeel bij een commissie van beroep voor examens in beroep gaat tegen een uitspraak van de examencommissie. Aan een beroepsprocedure kan een bezwaarprocedure vooraf gaan. 

BET (Beschrijving van Examentaken)
Digitaal overzicht van alle examentaken per processtap waarin per pdca-activiteit werkprocessen en indicatoren staan. Verschillende functionarissen kunnen deze taken in het examenproces uitvoeren.

Betrouwbaarheid
Mate waarin het resultaat van een exameneenheid consistent, nauwkeurig en reproduceerbaar is en – onder dezelfde omstandigheden herhaald - tot hetzelfde resultaat leidt.

Bezwaarprocedure
Werkwijze die de examenkandidaat moet volgen wanneer hij bij de examencommissie bezwaar aantekent tegen de gang van zaken rondom de examinering. 

Branchevereisten
Door de branche vastgestelde eisen waaraan de beginnende beroepsbeoefenaar uitvoering moet kunnen geven om het beroep uit te voeren. Branchevereisten kunnen in of naast het kwalificatiedossier zijn opgenomen. Meer info: Publicatie Wettelijke & branchevereisten & examinering (download pdf).

^ Naar boven

C
CEF-niveaus (Common European Framework)
Zie ERK-niveau

Centraal examen (ce)
Nieuwe term voor de centraal ontwikkelde examens (coe)

Centraal ontwikkelde examens (coe)
Landelijke (digitale) examenvorm waarbij in centraal vastgestelde afnameperioden het eindniveau op afgesproken referentieniveaus wordt geëxamineerd voor de generieke eisen voor Nederlands (lezen en luisteren), rekenen en Engels (niveau 4). Meer informatie vind je op www.examenblad.nl.  
WEB: centraal examen: centraal examen of examenonderdeel bestaande uit door het college vastgestelde toetsen die door of in opdracht van de instelling worden afgenomen overeenkomstig daarvoor bij of krachtens dit besluit gestelde eisen. 

Certificaat
Waardepapier waarop staat dat een student aan een onderdeel van een opleiding heeft voldaan, waar met een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) een certificaat aan is verbonden. Dit kan zowel een onderdeel zijn van de kwalificatie als een keuzedeel. NB: Als er geen AMvB is, kan er geen sprake zijn van certificaten zoals bedoeld in WEB 7.2.3. In dat geval geeft u een instellingsverklaring af. WEB: Artikel 7.2.3. Certificaten.

Cesuur
Grens tussen de hoogste score waaraan een onvoldoende wordt toegekend en de laagste score waaraan een voldoende wordt toegekend. 

Cohort
Groep examenkandidaten die op basis van hetzelfde kwalificatiedossier staat ingeschreven en hetzelfde examenplan volgt.

Cohortenschema
Schema van het Steunpunt taal en rekenen mbo dat inzicht verschaft in de (referentie- of ERK-)niveaus waaraan studenten in de verschillende cohorten moeten voldoen voor de generieke eisen Nederlands, rekenen en Engels (mbo-niveau 4).

Commissie van beroep voor examens
Commissie die het beroep behandelt dat een examenkandidaat heeft ingediend tegen een uitspraak van de examencommissie. Daarbij wordt vertrouwd op een onafhankelijk oordeel. Het bevoegd gezag heeft de commissie ingesteld. Zie ook beroepsprocedure.
WEB: zie Artikel 7.5.1. Commissie van beroep voor de examens.

Constructeur
Persoon die examens (exameneenheden, exameninstrumenten) ontwikkelt of samenstelt.

Correctievoorschrift
Lijst met richtlijnen voor correctoren (of beoordelaars) behorend bij een exameneenheid  met (open) vragen en een antwoordmodel.

Corrector
Persoon die een prestatie van een examenkandidaat beoordeelt op basis van een correctievoorschrift.

Criteriumgericht interview (cgi)
Individueel vraaggesprek voor een (praktijk)beoordeling, waarin de beoordelaar gestructureerd onderzoekt of een examendeelnemer niet alleen het vereiste niveau beheerst, maar ook begrijpt wat hij doet en waarom.

^ Naar boven

D
Deelnemer
Zie student

Dekkingsgraad
Mate waarin de te behalen onderdelen van de kwalificatie zijn opgenomen in het examenplan, uitgedrukt in een percentage.

Diploma
Volgens de wet erkend document dat aantoont en vastlegt dat de eigenaar de kwalificatie-eisen zoals beschreven in een kwalificatie, beschreven in een basis- en profieldeel, heeft behaald, én aan de aanvullende diplomavoorwaarden heeft voldaan. WEB: Artikel 7.4.6. Diploma’s. In de regeling modeldiploma staan de eisen die gesteld worden aan het diploma en de resultatenlijst
Diplomadossier
Zie examendossier

Diploma-eisen
Geheel aan vereisten waaraan studenten moeten voldoen om een mbo-diploma te behalen. De vereisten zijn:
- de beroepsspecifieke eisen die het kwalificatiedossier stelt:
      . kerntaken;
      . eventuele wettelijke beroepsvereisten; 
      . eventuele branchevereisten.
- generieke eisen voor Nederlandse taal, rekenen en Engels (mbo-niveau 4);
- voldaan aan eisen voor Loopbaan en Burgerschap;
- met goed gevolg afgesloten bpv waarbij het oordeel van het leerbedrijf is betrokken.
- er is examen afgelegd in het keuzedeel of de keuzedelen van de opleiding die deel uitmaken van de keuzedeelverplichting voor de betreffende soort beroepsopleiding.
Start opleiding vanaf 1 augustus 2016: Het examenresultaat van het keuzedeel (voldoende of onvoldoende) heeft geen invloed op de slaag-/zakbeslissing. Start opleiding vanaf 1 augustus 2018: De compensatieregeling voor keuzedelen gaat gelden. "

Diplomering
Het proces van vaststellen of de examenkandidaat aan de diploma-eisen voldoet tot en met het uitreiken van het diploma.

^ Naar boven

E
Erkenning van Verworven Competenties (EVC)
Formele erkenning van kennis, vaardigheden en werkervaring die buiten het onderwijs zijn opgedaan en een korte leerroute mogelijk maken naar een mbo-diploma.

ERK-niveaus (Europees Referentiekader voor de talen)
Europese niveau-aanduiding voor talen. Het mbo hanteert de ERK-niveaus voor de moderne vreemde talen. De internationale term voor ERK-niveau is CEF-niveau (Common European Framework). Meer informatie vindt u in de Handreiking referentiekader moderne vreemde talen in het mbo.

Ervaringscertificaat (ook: EVC-certificaat)
Een document, afgegeven door een erkende EVC-aanbieder, waarin de kennis, vaardigheden en werkervaring van de student staan. Op grond van een EVC-certificaat kan de examencommissie bepalen of de student in aanmerking komt voor diplomering, of dat hij (delen van) het examen alsnog moet afleggen om aan de diplomeringseisen te voldoen.

Examen
1. Het geheel van generieke en beroepsspecifieke examenonderdelen en –eenheden bedoeld voor één kwalificatie of opleiding.
2. Onderzoek waarmee een bevoegde instantie op betrouwbare en valide wijze beoordeelt of een examenkandidaat voldoet aan de vooraf gestelde exameneisen.

Examenbureau
Organisatorische eenheid binnen de mbo-school die zich, onder verantwoordelijkheid van een examencommissie, bezighoudt met het logistieke en administratieve proces van de examinering en diplomering.

Examencommissie
Organisatorische eenheid, ingesteld door het bevoegd gezag, die eindverantwoordelijk is voor de examinering en diplomering binnen de mbo-school.
WEB: examencommissie als bedoeld in artikel 7.4.5 van de wet.

Examenconditie
Zie afnameconditie

Examencontext
De omgeving (fysiek, organisatorisch of technisch) waarin examens plaatsvinden en de diverse examenonderdelen of -eenheden worden afgenomen.

Examencyclus
Het gehele proces van het stellen van kaders en het vormgeven, uitvoeren en evalueren van de examinering.

Examendeelnemer
Wettelijke term voor een persoon die uitsluitend is ingeschreven voor deelname aan examenactiviteiten. Wordt soms ook extraneus genoemd.
WEB: deelnemer; deelnemer en in voorkomende gevallen examendeelnemer als bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid, van de wet.

Examendossier
Totaal van  resultaten van (kwalificerende) examens en examenonderdelen, inclusief de onderliggende bewijsstukken, op grond waarvan de examenfunctionaris kan besluiten tot diplomering van een examenkandidaat. Wordt ook wel diplomadossier genoemd.

Exameneenheid
Door de mbo-school bepaalde eenheid binnen het examen waarop zij een examenkandidaat beoordeelt. Een exameneenheid kan een deel van een examenonderdeel zijn (bijvoorbeeld een clustering van werkprocessen) of een samenvoeging van examenonderdelen (bijvoorbeeld meerdere kerntaken) of gelijk zijn aan een examenonderdeel.  

Exameneisen
Deel van de diploma-eisen waarvoor een student een examen moet afleggen. De exameneisen zijn de eisen die gelden voor een bepaald examenonderdeel of –eenheid. Naast de kwalificatie moet de student ook examen afleggen in de keuzedelen.  

Examengerichte beoordeling
Zie kwalificerende beoordeling

Exameninstelling
Instelling die wettelijk bevoegd is om examens, examenonderdelen en/of -eenheden uit te voeren.
WEB: Artikel 1.6.1. Exameninstellingen. 

Exameninstrument
Concrete uitwerking van een examen(eenheid) die wordt gebruikt om de prestaties van de examenkandidaat te beoordelen. Deze bestaat in ieder geval uit een vastgestelde set van:
- opdracht(en) met bijbehorende afnamecondities;
- instructies voor de examenkandidaat;
- criteria en instructies voor de examinatoren en andere betrokkenen;
- het beoordelingsmodel, de beoordelingscriteria en de cesuur.
Wordt soms ook examenproduct genoemd. Een exameninstrument wordt kwalificerend ingezet. Als het instrument ontwikkelingsgericht wordt ingezet, spreken we over een toets.

Examenkandidaat
Deelnemer aan een examen of een examenonderdeel, die ingeschreven is als student of examendeelnemer.
Regeling modeldiploma mbo: examenkandidaat: deelnemer of examendeelnemer;

Examenleverancier
Instantie die examens (-onderdelen, -eenheden) levert.

Examenmatrijs
De blauwdruk van een examen, waarin staat wat de examenfunctionaris beoordeelt, op welk (cognitief) niveau, op welke wijze, met welke soort opdracht of vraag en met hoeveel opdrachten of vragen.

Examenmix
Zie methodemix

Examenonderdeel
In de WEB staat benoemd dat een examenonderdeel een onderdeel is van het examen van een beroepsopleiding. Wettelijk wordt deze term gebruikt voor de diverse (beroeps)specifieke en generieke onderdelen van een examen. Een generiek examenonderdeel is bijvoorbeeld Nederlands. Een beroepsspecifiek examenonderdeel is bijvoorbeeld een kerntaak of een keuzedeel.

Examenopdracht
Opdracht die de examenkandidaat moet uitvoeren tijdens het examen. Vast onderdeel van een exameninstrument. Bij een kaderexamen is de mbo-school zelf verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een passende examenopdracht. Een voorbeeld van een examenopdracht wordt ook wel referentieopdracht genoemd.

Examenplan
Plan waarin, per kwalificatie en cohort, alle exameneenheden staan waaraan een student moet voldoen, inclusief de bijbehorende beslisregels. 

Examenproces
Het geheel van acties dat nodig is om de examinering (goed) te laten verlopen.

Examenprofiel
Document waarin vertegenwoordigers uit het georganiseerde onderwijs en bedrijfsleven per sector afspraken hebben vastgelegd over de organisatie en uitvoering van de examinering.

Examenproduct
Zie exameninstrument

Examenprotocol
Zie afnameprotocol

Examenregeling
Onderdeel van OER. Zie verder OER.

Examenreglement
Formeel vastgelegde regels en afspraken die gelden voor de examinering en diplomering (over bijvoorbeeld fraude, herkansing, bewaartermijnen en het indienen van een beroep). Het is een juridisch kader dat voor elke student de transparantie en de betrouwbaarheid van het examenproces waarborgt. Het examenreglement moet bekend zijn bij de student en kenbaar gemaakt worden aan de direct betrokkenen.

Examenresultaat
Een uitkomst van een examen, examenonderdeel of –eenheid, door de examencommissie officieel vastgesteld.

Examensetting
Zie examencontext

Examenvisie
Een bondig en ambitieus geformuleerd toekomstbeeld dat richting geeft aan de wijze waarop een organisatie de examinering wil uitvoeren.

Examenvorm
Manier waarop een exameneenheid wordt afgenomen: een praktijkexamen of theorie-examen. Een examenvorm kan volledig uitgewerkt zijn of als kaderexamen worden aangeboden.

Examinator
Wettelijke term voor een persoon die examens afneemt en beoordeelt. Zie beoordelaar en assessor.

Examineren
Het afnemen van een (kwalificerend) examen, examenonderdeel of exameneenheid.

Examinering
Het nemen van beslissingen over inhoud en niveau van examens van een beroepsopleiding, procedures en voorwaarden waaronder examens worden afgenomen, alsmede het vaststellen van de uitslag van examens.
WEB: De vorige volzin is van toepassing op examens van de afzonderlijke leerwegen van een opleiding indien Onze Minister ingevolge artikel 7.2.4, tweede lid, heeft besloten dat een opleiding zowel in de beroeps-opleidende als in de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd, alsmede op een opleiding educatie.

Extraneus
Zie examendeelnemer

^ Naar boven

F
Formatieve beoordeling
Zie ontwikkelingsgericht beoordelen

Fraude
Opzettelijke beïnvloeding van (onderdelen van) het gehele examenproces met als doel een ander resultaat uit het examen te verkrijgen. Meer info vindt u in de Handreiking Onregelmatigheden, fraude en beveiliging bij examenprocessen en examenafname (download pdf).

^ Naar boven

G
Generieke examenonderdelen

Niveaugebonden examenonderdelen die voor alle studenten gelden en die betrekking hebben op de examinering van algemene kwalificatie-eisen voor Nederlandse taal, rekenen (en Engels voor studenten van niveau 4-opleidingen).
WEB: generieke examenonderdelen: examenonderdelen die de examinering betreffen van de generieke kwalificatie-eisen.

Gesimuleerde examenomgeving
Examenomgeving die de reële beroepssituatie nabootst, maar hiervan afwijkt doordat de examencondities uniform en vergelijkbaar zijn en eenduidig kunnen worden beheerst, uitgevoerd en/of beoordeeld. Ook kortweg simulatie genoemd.

Gesprekstechnieken
Gerichte – vaak theoretische - hulpmiddelen die toepasbaar zijn bij het voeren van een eindgesprek of criteriumgericht interview, bijvoorbeeld de STAR-methode.

^ Naar boven

H
Handboek examinering

Document voor alle personen die direct bij de examinering betrokken zijn, met daarin alle relevante processen, procedures en verantwoordelijkheden voor de examinering.

^ Naar boven

I
Indicator
Een meetbaar kwaliteitsaspect voor examinering dat gekoppeld is aan een standaard uit het Toezichtkader van de Inspectie van het Onderwijs.

Instellingsexamen
Door de mbo-school vastgesteld en afgenomen examen waarbij het eindniveau op afgesproken niveaus wordt vastgesteld. Op dit moment is de term voorbehouden aan de generieke examens voor Nederlands (spreken, gesprekken voeren, schrijven) en Engels. WEB: instellingsexamen: examen of examenonderdeel bestaande uit toetsen die zijn vastgesteld en worden afgenomen door of in opdracht van de instelling.

Instellingsverklaring
Officieel document dat een examencommissie desgevraagd afgeeft als een student één of meer onderdelen van de opleiding met goed gevolg heeft afgesloten. Daarin zijn in elk geval opgenomen de onderdelen die op de datum van beëindiging van de opleiding met goed gevolg door de deelnemer zijn afgesloten en een lijst met examenresultaten. Wetsvoorstel examencommissie artikel 7.4.6a. Instellingsverklaring. NB. Als de student voldoet aan alle onderdelen van de opleiding, dan ontvangt de student een diploma. Als er via een algemene maatregel van bestuur een certficaat aan het behaalde onderdeel van de opleiding is verbonden, dan ontvangt de student een certificaat.

^ Naar boven

K
Kaderexamen
Een gestandaardiseerd exameninstrument waarin de examenvorm, beoordelingscriteria en het proces omschreven staan. Mbo-scholen zijn zelf verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een passende examenopdracht. Soms worden er (voorbeelden van) examenopdrachten bij aangeboden, die de mbo-school kan gebruiken bij het examen (zie referentieopdracht).

Keuzedeel
Een onderdeel van de beroepsopleiding dat naast de kwalificatie staat. Een keuzedeel kan verdiepend of verbredend zijn of gericht op doorstroom naar een vervolgopleiding. Alleen bij entreeopleidingen mag een keuzedeel ook remediërend zijn.

Keuzedeelverplichting
De omvang van de keuzedelen die onderdeel zijn van de opleiding. Deze bestaat uit een studielast van 240 klokuren of een veelvoud daarvan. Dit is afhankelijk van het soort opleiding.

Kostenmodel examinering
Digitaal serviceproduct dat inzicht verschaft in en ondersteunt bij de financiële opbouw, samenstelling en hoogte van de uitgaven voor examinering binnen een opleiding of mbo-school.

Kritische succesfactoren (KSF)
Een overzicht van succesvol gebleken factoren die helpen om de kwaliteit van examineren te verbeteren. Het overzicht is gebaseerd op praktijkinformatie, bureau- en literatuuronderzoek.

Kwalificatie
Geheel van bekwaamheden dat een afgestudeerde van een beroepsopleiding kwalificeert voor het functioneren in een beroep/groep van samenhangende beroepen, vervolgonderwijs en als burger. Dit geheel is beschreven in een kwalificatiedossier. WEB: kwalificatie: de kwalificatie, bedoeld in artikel 7.1.3.De kwalificatie is de combinatie van het basis- en profieldeel uit het kwalificatiedossier.

Kwalificatie-eisen

Geheel van bekwaamheden dat een afgestudeerde van een beroepsopleiding kwalificeert voor het functioneren in een beroep/groep van samenhangende beroepen en waaraan studenten moeten voldoen om het examen van een kwalificatie succesvol af te sluiten. In de kwalificatie zijn generieke en beroepsspecifieke kwalificatieonderdelen opgenomen.

Kwalificerende beoordeling
Beoordeling die gericht is op het vaststellen of de examenkandidaat voldoet aan de kwalificatie- en/of exameneisen. Wordt soms ook examengerichte beoordeling of summatieve beoordeling genoemd. Formele tegenhanger van ontwikkelingsgerichte beoordeling.

Kwaliteitsborgingscyclus
Zie pdca-cyclus

^ Naar boven

L
Leerling

Zie student

^ Naar boven

M
Methodemix

Samenhangend geheel van verschillende examenvormen dat een valide en betrouwbaar oordeel oplevert over de bekwaamheid van de te kwalificeren examenkandidaat. Ook wel examenmix genoemd. 

Mondeling examen
Examenvorm waarmee een mbo-school door een gespreksvorm vaststelt in hoeverre een examenkandidaat de benodigde kennis en/of vaardigheid beheerst.

^ Naar boven

N
Normenbundel

Een document, gerelateerd aan het gebruikte Toezichtskader, waarmee de Inspectie van het Onderwijs extra informatie geeft over de wijze waarop zij de exameninstrumenten in het mbo beoordeelt.

^ Naar boven

O
OER (Onderwijs en examenregeling)
Regeling waarin de programmering van de onderwijsactiviteiten, inclusief de examinering, is verantwoord en vastgelegd. In de examenregeling staat informatie die de examenkandidaat nodig heeft om de examens te kunnen afleggen, gebaseerd op het examenplan en -reglement.

Onderwijs
Deel van de opleiding waarin de student zich ontwikkelt in de kennis, vaardigheden en het gedrag zoals beschreven in de kwalificatie-eisen en waarin hij zich voorbereidt op examen- en diploma-eisen. Het onderwijs is gericht op het beroep, algemene vaardigheden, burgerschap en doorstroming naar een vervolgopleiding.

Onderwijsplan
Samenhangend overzicht waarin, per kwalificatie en cohort, de onderdelen die samen een opleiding vormen staan. Bijvoorbeeld de doelen van de opleiding, de leerinhoud, didactische principes, de wijze en het tijdstip waarop dit aangeboden wordt.

Onregelmatigheid
Toevallige, ongewenste, beïnvloeding van het verloop van (een deel van) het examenproces. Een onregelmatigheid kan betrekking hebben op individuele studenten en groepen studenten of omstandigheden rondom de examenafname. N.B.: Meer informatie vindt u in de Handreiking Onregelmatigheden, fraude en beveiliging bij examenprocessen en examenafname (download pdf).

Ontwikkelingsgericht beoordeling
Beoordeling van de voortgang van een student. De bevindingen uit een ontwikkelingsgerichte beoordeling kunnen worden gebruikt om te kijken of een student zich op bepaalde gebieden nog moet ontwikkelen. Deze beoordeling is geen onderdeel van het examen, maar maakt deel uit van het onderwijs. Wordt soms ook formatieve beoordeling genoemd. Formele tegenhanger van kwalificerende beoordeling.

Opleiding
De beroepsopleiding bestaat uit het basis- en profieldeel (samen de kwalificatie) en de keuzedelen.

^ Naar boven

P
Pdca-cyclus
Cyclus bestaande uit een geheel van acties dat gezamenlijk een doorlopend proces weergeeft voor kwaliteitsborging: plan-do-check-act (ofwel ontwerp, uitvoering, controle en bijstelling van de uitgevoerde acties). Zie kwaliteitsborgingscyclus.

Pilotexamen
WEB: centraal examen dat bij wijze van proef wordt afgenomen in een periode voorafgaand aan de invoering van centrale examinering voor het betreffende examenonderdeel overeenkomstig daarvoor bij of krachtens artikel 19 gestelde eisen.

Portfolio
Verzamelmap voor examenopdrachten.

Praktijkbeoordelaar
Persoon die een prestatie van een examenkandidaat in de beroepspraktijk of in een gesimuleerde beroepsomgeving beoordeelt en vastlegt op basis van een beoordelingsvoorschrift. Dit kan iemand uit de praktijk zijn of een docent. 

Praktijkexamen
Overkoepelende term voor een examenvorm die vaststelt in hoeverre een examenkandidaat (een deel van) de kennis, vaardigheden en gedrag die het kwalificatiedossier stelt, in voldoende mate beheerst en kan toepassen in de reële beroepspraktijk.

Procesarchitectuur Examinering
Digitale, schematische weergave van de gehele examencyclus in het mbo, gebaseerd op de pdca-cyclus. De Procesarchitectuur Examinering is opgedeeld in logische procesgebieden en voorzien van gestandaardiseerde hulpmiddelen, servicedocumenten en achtergrondinformatie.

Procesgebied
Term uit de Procesarchitectuur Examinering die een bepaalde fase in het examenproces aanduidt (kaders stellen, (leren), construeren en vaststellen, examineren, diplomeren en de kwaliteitsborging van het examenproces als geheel).

Processtap
Term uit de Procesarchitectuur Examinering die een afgeronde eenheid aanduidt binnen een procesgebied.

Proces-verbaal
Rapport over het procedurele verloop van de examinering dat de beoordelaar of (sub)examencommissie heeft opgesteld tijdens of direct na afloop van de examenafname.

Proeve van bekwaamheid
Examenvorm waarmee een mbo-school vaststelt in hoeverre een examenkandidaat (een deel van) de kennis, vaardigheden en het gedrag die het kwalificatiedossier stelt, kan toepassen in de praktijk. De proeve vindt plaats in een authentieke of gesimuleerde beroepspraktijk door het uitvoeren van specifieke opdrachten of beroepsactiviteiten.

Profieldeel
Deel van het kwalificatiedossier waarin de specifieke onderdelen van een kwalificatie, die niet gelden voor alle kwalificaties in het kwalificatiedossier, beschreven staan.

Psychometrische gegevens
Gegevens die inzicht geven in de toets- en itemkwaliteit van examens op basis van een daarop gerichte analyse.

^ Naar boven

R
Referentiekader taal en rekenen
Een wettelijk vastgesteld model waarin de eisen voor de verschillende kennis- en vaardigheidsniveaus voor de generieke vakgebieden Nederlandse taal en rekenen staan (inclusief een bijbehorend cohortenschema).

Referentieniveaus
Niveauaanduiding voor de generieke vakgebieden Nederlandse taal en rekenen, verschillend per opleidingsniveau.
Zie: Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.

Referentieopdracht
Voorbeeld van een examenopdracht voor in een kaderexamen. De referentieopdracht kan gebruikt worden om complexiteit en omvang van de opdracht te bepalen. Als een referentieopdracht één op één wordt opgenomen in een kaderexamen, dan is het een examenopdracht.

Resultatenlijst
Het overzicht waarin de eindwaardering van de examenonderdelen, zoals bedoeld in artikel 3 van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB, zijn opgenomen.

^ Naar boven

S
Schoolexamen
Zie instellingsexamen

Schoolverklaring
Zie instellingsverklaring

SET (Scan Examentaken)

Digitaal instrument om (snel) antwoord te krijgen op de vraag of alle examentaken op een deskundige wijze in de organisatie zijn belegd.

Slaag-/zakregeling
Wettelijk vastgestelde regeling waarin staat waaraan de kandidaat moet voldoen om te slagen voor het diploma.

Specifieke examenonderdelen
Examenonderdelen die tot een specifieke beroepsopleiding behoren.
WEB: specifieke examenonderdelen; examenonderdelen die de examinering betreffen van de specifieke kwalificatie-eisen die als kerntaken zijn opgenomen in het kwalificatiedossier van de beroepsopleiding waarin examen wordt gedaan. 

Student
Benaming van iemand die onderwijs volgt, ook wel leerling of deelnemer genoemd.

Studielast
Het totaal van contacturen (bot), bpv en zelfstudie in een opleiding.

Summatieve beoordeling
Zie kwalificerende beoordeling

Surveillant
Persoon die toezicht houdt op de correcte afname van examens.

^ Naar boven

T
Taxonomie
Een manier om het cognitieve niveau van opdrachten in toetsen te ordenen en classificeren, zoals het toetsen van kennis, inzicht en toepassing (bijvoorbeeld taxonomie van Bloom).

Theorie-examen
Examenvorm die vaststelt in hoeverre een examenkandidaat de theorie (kennis of toepassen van kennis) in voldoende mate beheerst. Dit kan door open of gesloten vragen, zowel mondeling als schriftelijk.

Toets(instrument)
Een instrument in het onderwijsproces waarmee de ontwikkeling van kennis, vaardigheden en/of het gedrag van een student in het onderwijs wordt gemeten. Een ontwikkelingsgerichte toets maakt geen onderdeel uit van het examen.

Toetseenheid
Door de mbo-school bepaalde eenheid in het onderwijsproces waarop zij een deelnemer toetst. Een toetseenheid kan een clustering van vakkennis, vaardigheden en gedrag zijn. Wordt ook toetsonderdeel genoemd.

Toetsen
Het afnemen van een (ontwikkelingsgerichte) toets.

Toetsmatrijs
De blauwdruk van een toets, waarin staat wat wordt getoetst, op welk (cognitief) niveau, op welke wijze, met welke soort opdracht of vraag en met hoeveel opdrachten of vragen.

Toetsonderdeel
Zie toetseenheid

Toetsvorm
Wijze waarop een ontwikkelingsgerichte toets of examen(eenheid) plaatsvindt, bijvoorbeeld door middel van een kennistoets, vaardigheidstoets, (criteriumgericht) interview of proeve van bekwaamheid.

Toezichtkader
Document waarin de Inspectie van het Onderwijs aangeeft hoe zij toezicht houdt op de kwaliteit van het onderwijs en de examinering, welke kwaliteitseisen zij daaraan stelt en hoe zij op basis daarvan tot een oordeel komt.

Transparantie
Term die impliceert dat alle betrokkenen een helder beeld hebben van hoe het examen eruit ziet en hoe dit examen wordt uitgevoerd en beoordeeld.

^ Naar boven

V
Validiteit

Mate waarin een examen meet wat het beoogt te meten. Voorwaarden hiervoor zijn dat het examen betrouwbaar en representatief is voor de inhoud en het niveau van de kwalificatie. Het is één van de voorwaarden voor goede examenkwaliteit. 

Vaststeller
Persoon die de bevoegdheid heeft de toetstechnische en/of inhoudelijke kwaliteit van exameneenheden vast te stellen.

Vaststellingscommissie
Commissie die, onder de verantwoordelijkheid van de examencommissie, de taak heeft om examen(onderdelen/-eenheden) te borgen op hun toetstechnische kwaliteit (onder andere op validiteit en betrouwbaarheid). 

Vaststellingsprotocol
Beschreven voorwaarden, procedures en omstandigheden op grond waarvan het proces van vaststellen van examens plaatsvindt.

Voorwaardelijk examen
Een exameneenheid die de student moet afronden, voordat hij aan een volgende exameneenheid kan deelnemen. Meer info vindt u in de publicatie 'Voorwaardelijke toetsing' (download pdf).

Voorwaardelijke toets
Een ontwikkelingsgerichte toets die de student succesvol moet afronden om aan het examen te kunnen deelnemen. Meer info vindt u in de publicatie 'Voorwaardelijke toetsing' (download pdf).

Vrijstelling
Regeling waarin eerder verworven competenties of een vooropleiding van een student zijn vastgelegd en waaruit blijkt dat de student niet (opnieuw) aan dit deel van de exameneisen hoeft te voldoen.

^ Naar boven

W
Waardepapier
Beveiligde papiersoort die voldoet aan een aantal wettelijke eisen die gesteld zijn aan het diplomamodel en bijbehorende resultatenlijsten. Zie: Regeling Modeldiploma mbo.

Waarderingskader
Het waarderingskader bevat alle onderwerpen die de Inspectie van het Onderwijs in haar beoordeling betrekt en de normen die zij hanteert om tot een oordeel te komen. De landelijke examenstandaarden, bedoeld in artikel 7.4.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, zijn verwerkt in het waarderingskader.

Weging
1. Relatieve zwaarte van een examenonderdeel of -eenheid in het examenprogramma;
2. Relatieve zwaarte van een beoordelingscriterium in een examenonderdeel of -eenheid.

Wettelijke beroepsvereisten
In wet- en/of regelgeving vastgelegde eisen waaraan de beginnende beroepsbeoefenaar uitvoering moet kunnen geven om het beroep te mogen uitvoeren. Meer info: Publicatie Wettelijke & branchevereisten & examinering (download pdf).

^ Naar boven

Z
Zak-/slaagregeling
Zie slaag-/zakregeling

^ Naar boven